Gids
Bruto vs. netto: waarom een salarisverhoging minder oplevert dan je denkt
Laatst bijgewerkt: 15 februari 2026
Een salarisverhoging van €3.000 bruto lijkt veel, maar hoeveel hou je daar netto van over? Vaak is het verassend weinig. Ontdek waarom en leer hoe je het precies berekent.
De verrassende kloof tussen bruto en netto
Stel, je krijgt een salarisverhoging van €3.000 bruto per jaar. Je zou denken dat je daar zo'n €2.000 netto van overhoudt (als je uitgaat van ongeveer 33% belasting). Maar in de praktijk is het vaak veel minder — soms slechts €1.200 tot €1.500.
Hoe kan dat? Dat komt door een combinatie van factoren: het progressieve belastingstelsel, de afbouw van heffingskortingen, en het marginale belastingtarief. Laten we dit stap voor stap uitleggen.
Het dubbele effect: hogere belasting én lagere korting
Wanneer je meer gaat verdienen, gebeuren er twee dingen tegelijk:
- Je betaalt meer belasting: Door het progressieve belastingstelsel betaal je over je extra inkomen een hoger percentage dan over je eerdere inkomen.
- Je verliest heffingskortingen: Bij hogere inkomens worden belastingkortingen zoals de arbeidskorting afgebouwd. Je krijgt dus minder terug.
Deze twee effecten samen zorgen ervoor dat de marginale belastingdruk (het percentage dat je over elke extra euro betaalt) veel hoger kan zijn dan het gemiddelde belastingtarief.
Concreet voorbeeld: van €45.000 naar €48.000
Stel, je verdient €45.000 bruto per jaar en krijgt een verhoging naar €48.000. Dat is een stijging van €3.000 bruto, oftewel €250 per maand.
Maar hoeveel hou je daar netto van over in 2026?
Rekenvoorbeeld — €3.000 bruto verhoging
Netto over: €143/maand van €250 bruto (57%)
Van je €250 bruto verhoging per maand hou je dus ongeveer €143 netto over. Je betaalt 43% aan belasting en verloren heffingskortingen. Veel minder dan de 25-30% die je misschien verwachtte.
Afbouw van heffingskortingen uitgelegd
De arbeidskorting en algemene heffingskorting worden bij hogere inkomens afgebouwd. Dat betekent dat je per verdiende euro boven een bepaalde grens niet alleen meer belasting betaalt, maar ook korting verliest.
Arbeidskorting afbouw
De arbeidskorting bereikt zijn maximum van €5.685 bij een inkomen van €45.592. Daarboven wordt hij afgebouwd met 6,51% tot hij op €0 staat bij een inkomen van €132.920.
Concreet: verdien je €50.000, dan krijg je €5.685 - (6,51% × (€50.000 - €45.592)) = €5.398 arbeidskorting.
Algemene heffingskorting afbouw
De algemene heffingskorting bedraagt maximaal €3.115 en wordt vanaf €29.736 afgebouwd met 6,398% per euro. Bij een inkomen van €78.426 is deze korting volledig verdwenen.
Verdien je €50.000? Dan krijg je €3.115 - (6,398% × (€50.000 - €29.736)) = €1.819 algemene heffingskorting.
Marginale belastingdruk: 45-55% is niet ongewoon
De combinatie van progressieve belasting en afbouw van heffingskortingen zorgt ervoor dat de marginale belastingdruk (het percentage dat je over elke extra euro kwijt bent) veel hoger is dan je effectieve belastingtarief.
Bij sommige inkomensniveaus kan de marginale druk oplopen tot 50-55%:
- €45.000 - €78.000: 37,56% belasting + 6,51% arbeidskorting afbouw + 6,398% heffingskorting afbouw = ruim 50% marginaal tarief
- Boven €78.426: 49,50% belasting in schijf 3, plus eventuele resterende afbouw arbeidskorting
Marginale belastingdruk
45–50 cent
van elke extra verdiende euro hou je over
Voor veel mensen is dit een verrassende ontdekking.
Vakantiegeld: vergeet het niet!
In Nederland hebben werknemers recht op minimaal 8% vakantiegeld bovenop hun jaarsalaris. Dit wordt meestal in mei of juni uitbetaald. Vergeet dit niet mee te nemen in je berekening.
Een brutosalaris van €45.000 betekent dus eigenlijk €48.600 per jaar (inclusief vakantiegeld). Over dat vakantiegeld betaal je ook belasting, en het telt mee voor de afbouw van heffingskortingen.
Praktische tip: denk in netto termen
Als je een salarisverhoging onderhandelt, is het verstandig om alvast te berekenen hoeveel je daar netto van overhoudt. Een verhoging van €5.000 bruto klinkt indrukwekkend, maar als je er netto slechts €2.500 aan overhoudt, is het minder spectaculair dan het lijkt.
Tip: vraag bij een salarisonderhandeling ook naar andere secundaire arbeidsvoorwaarden die fiscaal aantrekkelijker kunnen zijn, zoals:
- Extra vakantiedagen
- Thuiswerkvergoeding
- Pensioenopbouw
- Studiebudget of opleidingen
- Lease-auto (indien relevant)
Wanneer is een salarisverhoging het meest waardevol?
Een salarisverhoging is relatief gezien het meest waardevol bij lagere inkomens. Hoe lager je inkomen, hoe lager je marginale belastingtarief, en hoe meer je procentueel van een verhoging overhoudt.
Vergelijk:
| Inkomen | Marginaal tarief | Netto van €1.000 extra |
|---|---|---|
| €30.000 | ~28% | €720 |
| €50.000 | ~50% | €500 |
| €90.000 | ~49,5% | €505 |
Bij hogere inkomens is het dus verstandig om goed na te denken of een hoger bruto salaris of meer vrije tijd/secundaire voorwaarden waardevoller is.
Vergelijk twee banen naast elkaar
Als je twee banen overweegt met verschillende brutosalarissen, is het essentieel om niet alleen naar het bruto te kijken, maar ook naar het netto verschil. Een baan met €5.000 meer bruto kan netto slechts €2.500 meer opleveren.
Gebruik onze nieuwe baan calculator om twee aanbiedingen naast elkaar te zetten en te zien wat ze je netto opleveren, inclusief reistijd, reiskosten en andere factoren.
Bereken je netto salaris
Wil je precies weten hoeveel je netto overhoudt bij een bepaald brutosalaris? Of wil je twee banen vergelijken? Gebruik onze gratis rekenhulp: